Ik wil wel naar je luisteren
Het was weer eens tijd voor mijn treinreis naar Utrecht. Ik check geen 9292 meer en schrijf geen krabbels op papier. Waarom niet? Ik onthoud mijn reis, lees de borden op het station en luister naar de vriendelijke stem van de treinmachinist die mij vertelt waar ik moet overstappen (komt je dit bekend voor?). En dat heeft best iets aandoenlijks, want naast de overstap wenst de machinist je een fijne dag, vertelt hij vaak wat het weer doet en worden alle Graafschap-supporters extra aangemoedigd voor de wedstrijd die eraan komt. Lief hé? Als je het hoort in ieder geval wel.
Pollen hier, pollen daar
De tijd van de allergieën is daar: hooikoortsseizoen is aan en de pollen zweven lekker door de lucht. Dat merk je wanneer je in de trein zit: de een niest voluit en laat alle bacillen lekker zweven, de ander houdt de nies in zodat enkel eigen oogkassen last hebben van de ingehouden druk. Nu zat er iemand achter mij in de trein die koos voor de eerste optie: regelmatig liet ze haar nies horen. Op een gegeven moment hoorde ik een wat zwaardere mannenstem, duidelijk degene naast haar, ‘gezondheid’ zeggen. Wat lief, dacht ik nog. In de stille coupé een klein moment van verbinding. En nee, dit is geen schrijffout, ik bedoel niet de stiltecoupé. Maar er werd door alle oortjes en koptelefoons gewoon niet met elkaar gepraat. Dus dat moment van verbinding? Die kwam niet: ook de dame van de nies droeg een koptelefoon. Het pijnlijke geluid van stilte was het enige wat nog te horen was..
Stoor mij niet
Weet je wat me nu pas opvalt nu ik ze zelf niet meer gebruik? Dat oortjes en koptelefoons eigenlijk een signaal van stoor-mij-niet afgeven. Je bevindt je in je eigen wereld met je eigen muziek, podcast, video of wat er dan ook uit die kleine boxjes in je oren mag stromen. Je sluit je af van de omgeving om je heen, maar de omgeving sluit zich ook van jou af.
Als ik voor mezelf spreek: zie ik iemand met oortjes? Dan laat ik diegene met rust. Het is een soort onbewust teken. Althans, ik dácht dat dit onbewust was. Ik zat laatst op de flexplekken op mijn werk. Veel mensen lopen hier in en uit. Wil je echt even meters maken? Dan is dit niet altijd de fijnste plek om te zitten. Zo zag ik iemand waar ik kort mee moest overleggen. Een probleem: ze had oortjes in. Ik wilde al weglopen totdat ik beter keek.. Wat bleek? Het draadje waarmee de oortjes in de laptop moesten, was helemaal niet aangesloten. Deze hing losjes te bungelen onder de tafel. Betrapt.
Oké, nu begrijp ik het goed wanneer je dit tijdens je werkuren doet. Even focussen en lekker aan de bak. En ja, in de trein naar je eigen muziek luisteren, zorgt er zeker voor dat de rit sneller gaat. Geloof me; ik zie alle voordelen van de koptelefoons en oortjes zeker in. Misschien ben ik ergens zelfs een klein beetje jaloers dat dit nu niet gaat. Maar, nu ik dus wél die goedemiddag, die fijn hé, die zon en de gelukwens voor de supporters in het blauw/wit hoor, besef ik dat het ergens ook zonde is. Toch? Dat we altijd en overal onszelf afsluiten van de ‘buitenwereld.’ Dat je de grappen van de treinmachinist niet meer hoort. Dat we die kleine momenten van verbinding minder hebben, enkel omdat we met oortjes rondlopen. Nou ja, die verbinding hebben we wel, maar is dat de juiste..?