Wanneer sporten weer om het sporten draait

Zodra ik de gordijnen open, valt de felle ochtendzon op mijn gezicht. De hemel is blauw en ik voel een aangenaam, fris windje door het openstaande raam. Niet veel later sta ik paraat in mijn hardloopoutfit. Even wat strekoefeningen en naar buiten. Ik dribbel de oprit af en wil starten aan mijn run. Misschien kan ik wel voor een persoonlijk record gaan vandaag, denk ik nog. Ik kijk naar mijn lege hand wanneer het besef binnenkomt. Persoonlijk record? Hoe meet ik die dan?

Strava; waar ben ik zonder jou?

De wandelaars, hardlopers, fietsers of schaatsers kennen het wel: de app Strava. Voordat je activiteit begint even op de startknop klikken, tussendoor bijhouden hoe ver je bent en na de tijd een compleet overzicht ontvangen van je sportprestatie. Lekker toch? Vind ik wel. Ik zie precies waar ik tijd heb laten liggen, hoe goed de ronde was in tegenstelling tot de vorige en hoeveel kilometer ik heb afgelegd. Heb ik het even zwaar tijdens het rennen? Dan zorgt het kilometeraantal op mijn scherm er wel voor dat ik door kan, want de vorige keer rende ik zeker drie kilometer verder. Naast dat Strava mij motiveert tijdens het rennen, zorgt het er ook voor dat ik gá rennen. Want ja, wanneer ik de run van mijn twee vriendinnen zie die speciaal om kwart over zes opstaan, dan kan ik natuurlijk niet zeggen dat ik geen tijd heb voor een rondje op mijn vrije dag. Of wanneer mijn persoonlijke agenda in de app zegt dat ik mijn streak (het aantal achtereenvolgende weken) ga verliezen als ik niet ren. Tuurlijk, voordat ik het weet heb ik mijn schoenen alweer aan. Waar een app goed voor kan zijn, toch?

Competitie met mezelf

Normaalgesproken rende ik met mijn huissleutel in de ene hand en mijn telefoon in de andere. Mijn telefoon voor Strava en de podcast Zogenaamd Succesvol. De sleutel om natuurlijk later weer binnen te komen. Nu ren ik alleen met sleutel. Dat voelt onwennig. Alsof ik iets vergeet. Waarschijnlijk is dit een kwestie van tijd en moet er een nieuwe gewoonte ontstaan, maar toch. Daarnaast kan ik niet ontkennen dat rennen moeizamer gaat zonder smartphone en dus zonder Strava. Ik start veel te snel, ben bekaf op de helft van mijn route en kom moeizaam in de ‘trans.’ Het enige wat ik hoor, zijn mijn eigen voetstappen en ademhaling. Oh, Julia Mekkens en Anke de Jong, ik mis jullie in mijn oren.

Ik loop minder lekker en voel me minder voldaan. Waarom? Omdat ik niet exact weet wat ik heb gelopen, wat mijn tijd is en of ik een nieuw record heb. Ben ik dan nieuwe rondes aan het rennen? Nee, ik ren exact dezelfde rondes als eerst. Dus eigenlijk weet ik wel hoever ik ren en kan ik mijn vertrek- en aankomsttijd gewoon bijhouden. Daar zit het probleem niet, maar die ene app, die geeft mij geen bevestiging. Mijn externe motivator ontbreekt. En blijkbaar heb ik die meer nodig dan gedacht.

Onbewust zorgt Strava er bij mij voor dat ik continu in competitie ben met mezelf. Na een ronde op een snelheid van 5:55 te hebben gelopen, mag ik vervolgens die zes echt niet meer aantikken. En waar ik aan de start van mijn hardloopcarrière ontzettend trots was wanneer ik drie kilometer aan één stuk rende, voel ik nu matige blijheid wanneer ik een steady vijf kilometer loop. Tuurlijk, dat heeft ook met mijn eigen fanatisme en groei te maken. En zo hoort het ook, het is goed wanneer je jezelf blijft uitdagen. Maar ben ik mezelf aan het uitdagen? Of de prestaties in de app?

Wat ben ik aan het doen?

Wanneer ik nu ga hardlopen, dan is dat wat ik doe. Ik ben enkel aan het rennen, kijk om me heen en hoor de geluiden uit de natuur. En hoe romantisch, ‘in het moment’ en fijn dat misschien klinkt, zo voelt het op dit moment niet. Ik heb het mentaal véél zwaarder (ja, echt rennen tot die ene boom), ben me heel erg bewust van wat ik aan het doen ben en vraag me vaak tijdens de run af; vind ik dit wel leuk? Toen ik mijn smartphone nog had, moést ik van mezelf minimaal één keer per week rennen. Het liefst vaker, maar één keer was voldoende naast de Hyrox-lessen die ik volg. Nu? Ik ren wanneer ik wil. Al gaat dit moeizamer. Ik merk dat ik minder motivatie voel om te gaan. Dat ik mezelf er moeilijk toe kan zetten. Maar, dat ik me er ook niet rot om voel. Ik begin in te zien hoeveel impact één app op mij had. Zat ik op de bank met een bakje chips door mijn Strava te kijken en zag ik dat een vriendin tien kilometer in de benen had? Een topprestatie voor haar, maar ik kan niet ontkennen dat dat wat met mij deed. Ja, ik genoot direct minder van dat ene bakje chips en voelde me meteen ontevreden over mijn lichaam. Ik dacht dat ik me niet veel aantrok van de successen van anderen en enkel blij voor hen was, maar dat was niet zo. Onbewust vergeleek ik mezelf en negen van de tien keer was dit in negatieve zin. Terwijl ik nu, nu ik minder sport, maar prestaties van anderen niet zie, hier eigenlijk geen last van heb. Het leven zonder smartphone houdt me een goede spiegel voor. Blijkbaar ben ik gevoeliger voor die externe prikkel dan gedacht. Blijkbaar meet ik mijn succes aan de hand van een app (en de kudo’s die ik krijg). En blijkbaar is het echt niet zo erg wanneer ik een keer een run oversla.

Nee, dit is geen oproep om dus maar te stoppen met sporten en met dat bakje chips op de bank te gaan zitten. Lekker blijven bewegen, zou ik zeggen. Ik mag er zelf ook echt wel weer aan geloven. Maar ik ben wel benieuwd: hoe is dit voor jou? Gebruik je Strava en gebruik je dit enkel voor jezelf? Of schuilt hier stiekem ook meer achter?

Vorige
Vorige

I think it´s so easy to fall in love..

Volgende
Volgende

Hoe ik navigeer door mijn smartphoneloze leven