´Zonder wifi ben ik nergens´

CAS deel 1: Zijn we niet iets té afhankelijk geworden?

Concert at Sea. Of Concert by the Sea, zoals James Arthur zo mooi zegt. Hét festivalweekend van het jaar als je het mij vraagt. Lekker meezingen met Nederlandse hitjes (het regent harder dan ik hebbuuun kan), een van-links-naar-rechts-zwaaiende-hand in de lucht en in de andere hand een koude Desperados. Heb je meer nodig? Nou, de winkels en horeca in Renesse wel..

Deel 1 van mijn Concert At Sea weekend. Benieuwd naar de smartphoneloze-festivalervaring? Dat lees je in mijn volgende blog :)

Sam, hoezo ga je naar een horecazaak terwijl je op een festival bent? Dat zit als volgt. Het Concert At Sea weekend was warm. Erg warm. Gaan temperaturen boven de dertig graden lang goed in Nederland? Nee. Dus de laatste festival-dag kwamen we later op het terrein. Niet door de avond ervoor, maar door regen, indrukwekkende lichtflitsen en flink gedonder.

Nu verbleven mijn vriendinnen en ik in een camperbusje en tent. Niet de ideale plek om een hele dag te schuilen. Gelukkig was er een oplossing: even slenteren door de winkelstraat van Renesse en de ijskoffie verruilen voor een warme cappuccino. Je weet wel: winkel in, kledingrekken bekijken, winkel uit, nieuwe winkel, nog even wat passen en dan het terras op. You love it or you hate it. Ik hou ervan.

Terwijl mijn vriendinnen met hun nieuwe aanwinsten naar de kassa lopen, horen we een keiharde donder (ja, echt de ka-bam-knal) en zien we enkel nog fel, wit licht. Ingeslagen. Schok. Grote ogen. Stilstaande mensen. Wat nu?

Voor mij was het een gevalletje: hoe kijkt de stewardess tijdens de turbulentie in het vliegtuig? Zolang zij kalm blijft, blijf ik ook kalm. Gelukkig. De winkelmedewerkers gaan door. Maar, terwijl wij aansluiten in de rij, blijkt er toch wat mis: het kassasysteem ligt eruit. Contant betalen is geen optie, want de kassalade opent alleen via het systeem. Na telefoontjes, spoedoverleg en geschakel tussen het personeel komen ze met een oplossing: naam/ nummer noteren en dit op het stapeltje kleding plakken. Zo kan de klant, zodra alles functioneert, gebeld worden dat ze de nieuwe aanwinst kan ophalen. Prima idee, wij komen later wel terug.

Wat als het niet werkt?

De winkels en kledingrekken hadden we gezien, dus we gingen door naar het warme kopje (decaf) cappuccino. Bij een horecazaak op het plein was nog een plekje vrij. Al merkten we al snel dat er wat onrust was. Ook ingeslagen. Ook het systeem eruit. Omdat wij contact konden betalen, mochten we door. Ja, alles voor dat warme bakje genot.

Met pen en papier komt de ober naar onze tafel. Een koffie, cappuccino en een decaf op het briefje, twee viltjes op onze tafel om te laten zien dat ze is geweest (weet je nog?). Maar, de stress wordt niet minder. Het personeel fluistert met elkaar, scant de tafels met hun ogen en uiteindelijk besluit de eigenaar nieuwe gasten met dezelfde volgorde - kledingrek, passen, terras - toch te weigeren.

Ze staat voor de ingang. Met een lach op haar gezicht (al huilt ze vanbinnen, laat ze weten) stuurt ze mensen weg en herhaalt ze de situatie tientallen keren opnieuw. Dan keert ze zich naar de al zittende terras-gangers. Ook aan ons legt ze het verhaal uit: ingeslagen, geen wifi, maar één pinsysteem dat werkt, geen systeem voor bediening. ‘Zonder wifi ben ik nergens,’ sluit ze af. En dat is het probleem, laat ze weten, want daardoor kan ze de kwaliteit van haar horeca niet waarmaken. Vandaar dat de horecavrouw in hart en nieren één oplossing ziet: de deuren sluiten totdat alles weer werkt.

Daar heb ik bewondering voor. Ik bedoel; ik denk dat de horeca in Renesse in zomervakanties prima loopt. Maar het is een feit dat tijdens een CAS-weekend de horeca óók goed loopt. Tijdens een van de drukste weekenden van het jaar moeten de deuren dicht. Wat moet je dan balen. Zacht uitgedrukt. Dat je dan de keuze maakt om de deuren te sluiten zodat je jouw kwaliteit behoudt; daar kan ik als bezoeker enkel en alleen respect voor hebben. Maar ja: hierdoor spookt er wel iets door mijn hoofd..

Diner bij kaarslicht

Naast de kledingwinkel en de horecazaak uit Renesse die dat weekend gewoon flinke pech hebben gehad, zijn er zo veel andere (werk)plekken waar we net zo afhankelijk zijn. Denk aan de online-lesmethoden van scholen, apparatuur in een ziekenhuis, bedrijven/ gemeenten/ kantoren waar er enkel digitaal gewerkt wordt. En ga zo maar door. Overal zijn elektriciteit en de internetverbinding ongeveer de belangrijkste factoren die er zijn. Maar wat als dat wegvalt?

Maken we dan weer echte verbinding met elkaar, voeren we diepgaande gesprekken en dineren we met kaarslicht? Of raken we in paniek? Gaan we hamsteren? Komen we bij de kassa om te pinnen, maar kunnen we alleen contant betalen: en wie heeft er nu nog contant?! Of tellen we de misgelopen omzet op een oude rekenmachine bij elkaar op? Of vragen we Chat om hulp? Oh nee, shit: Chat kunnen we óók al niet gebruiken.. HELP!

Oké, ik overdrijf een beetje. Maar besefte me dat weekend maar al te goed hoe afhankelijk we zijn geworden van een goede internetverbinding en systemen die andere mensen beheersen. Ergens best bizar, toch? Ligt één dag alles eruit in Nederland, wat doen we dan? Het scheelt dat de batterij van die Nokia van mij zeker vijf dagen meegaat..

Vorige
Vorige

Daten met een dumbphone

Volgende
Volgende

Sam Lubbers heeft de groep verlaten