Of ik een smartphone had willen hebben in mijn jeugd? Geen denken aan.
Vorig jaar had ik een gesprek met mijn opa (83) over zijn overgrote leven zonder smartphone. Opgroeien zonder schermen, écht in contact zijn met elkaar en de snelle technologische ontwikkelingen van vandaag de dag. Terug naar toen. Of moet ik zeggen: throwback sunday. Eerlijk? Als ik de verhalen van mijn opa hoor, ben ik bijna jaloers op die tijd. Deze zondag geen blog over wat ik heb meegemaakt, maar enkele, losse knipsels van dit gesprek met mijn opa. Antwoorden die mij aan het denken hebben gezet en hopelijk jou ook.
Afspreken zonder groepswhatsapps
‘Thuis was er geen televisie, computer of telefoon, deze heb ik ook niet gemist. Ik verveelde mij eigenlijk nooit. Ik had namelijk één grote hobby: voetballen. Onder schooltijd sprak ik met vrienden af om rond half vier te voetballen op het plein. Van jassen maakten we onze goals en zo speelden we de hele middag partijtjes. Totdat de kerkklok aangaf dat het vijf uur was, dan moest iedereen naar huis, eten. Dat was de afspraak, daar was geen telefoon voor nodig.’
Gouwe oude: de telefooncel
‘Als we iemand moesten bereiken dan gingen we naar diegene toe. Contacten liepen zoals ze verliepen. Er waren telefooncellen in het dorp aanwezig. Voor familie verder weg, met een telefoon, maakten we hier gebruik van. Dan ging je naar de glazen telefooncel, draaide je het juiste nummer en terwijl je aan het bellen was, bleef je munten in het gleufje gooien omdat je de tijd alleen maar zag aflopen. Bellen was prijzig. Zo weet ik nog goed dat, toen ik secretaris van de voetbalvereniging was, ik naar mijn oom ging om te bellen. “Als het een lang gesprek is, dan moet je maar een brief schrijven,” was wat ik van tevoren altijd te horen kreeg.’
Mijn opa & zijn IPhone
‘In de avond zit ik graag aan de keukentafel met mijn IPhone, mijn koptelefoon op en een Grolsch beugel erbij. Dan kijk ik concerten terug op Youtube: dat ding weet precies wat ik wil zien. Als ik naar het concert van Tina Turner op Wembley kijk, lopen de rillingen over mijn rug. Prachtig.’
‘Ik kan ook een appje sturen. Een appje hoor ik, lees ik en ik mail terug. Bijvoorbeeld dat ik eraan kom als ik oma ophaal. Toch klik ik soms per ongeluk mis. Zo wou ik een hele zin opschrijven, maar verzond ik het bericht al, dus ging het niet meer. Ach, het belangrijkste stond er, ik had de toon gehoord die de telefoon maakt als een bericht wordt verzonden, dus prima. Verder bemoei ik mij er niet mee. Naast mij heb ik oma, die is nieuwsgierig naar technologische ontwikkelingen en is handig met dat ding. Daar profiteer ik van: ik vind het wel handig dat Rieksken het doet.’
De beide kanten van de smartphone
‘Aan de ene kant is een telefoon easy, heel makkelijk. Je kunt sneller iets weten of iets zeggen: vroeger moest je de situatie afwachten. Nu kan het ieder moment wanneer het jou uitkomt. Bijvoorbeeld om 4:17 uur s’ nachts, de tijd staat er zelfs bij! Toch zie je ook een andere kant. De hamer is uitgevonden om een spijker in de muur te slaan, maar je kunt mekaar er ook de kop mee inhouwen. Dat ga je niet doen natuurlijk, maar om het gevaar ervan aan te geven. Telefoons worden ook gebruikt voor dingen waar ze eigenlijk niet gebruikt voor moeten worden. AI, fake news, fraude en bedreigingen komen nu aan de lopende band binnen via de telefoon die je hebt. Je denkt dat je anoniem bent, maar dat is niet zo. Dat vind ik een nadeel: je moet bij alles zorgen dat dat bij jou niet kan gebeuren.’
Opa’s raad
‘Ieder gezinslid heeft een telefoon: dat ding is onafscheidelijk, zit bijna vast in de broekzak. Die ontwikkeling is onbeschrijfelijk en is erg snel gegaan. Pas als je nu terugkijkt, misschien wel te snel. Dat ding wegmoffelen? Dat gaat niet meer. En dat hoeft ook niet. De vooruitgang kun je niet tegenhouden en de telefoon kan ook heel handig zijn. Dus ik zou zeggen: maak er gebruik van, dat zeker, maar bedenk nadrukkelijk dat er ook een andere kant aan zit.’